Bloedgroepen onverdraaglijkheid bij katten

door Roelie van Weert

Iedere fokker zal inmiddels wel weten dat een nestje fokken niet altijd rozengeur en maneschijn is. We hopen allemaal dat het pasgeboren nestje uit zal groeien tot mooie, gezonde kittens. Maar helaas. Dat gebeurt niet altijd. Het gebeurt geregeld dat een kitten in het nest al vrij snel overlijdt, zonder aanwijsbare reden. We noemen dit het Fading Kitten Syndrome. Maar wat de meeste fokkers niet weten, dat een deel van deze kittens sterft door bloedgroepen onverdraaglijkheid, oftewel Feline Neonatale Isoerythrolysi, kortweg FNI genoemd.

Katten hebben – voor zover bekend – de volgende bloedgroepen:

A/A     Bloedgroep A, homozygoot verervend, geeft dus alleen A door. 

A/B      Bloedgroep A, heterozygoot verervend, dus drager van bloedgroep B 

B/B      Bloedgroep B 

AB       Een zeldzame bloedgroep, niet te verwarren met A/B! De vererving van bloedgroep AB wijkt af van de andere bloedgroepen, er is ook minder over bekend. We zullen deze bloedgroep hier dan ook niet verder behandelen. 

De vererving van bloedgroepen bij katten verloopt volgens de erfelijkheidsleer van Mendel. Er is wel een verschil met de bekende kleurvererving. Bij het noteren van bloedgroepen gebruiken we alleen hoofdletters. Ook is het belangrijk om te weten dat bloedgroep A de bloedgroep B overheerst. Het werkt dus eigenlijk net zo als het agouti-gen, of het gen voor verdunning! 

Katten zijn wonderlijke wezens. Dat weten we allemaal. Een kattenlijfje zit ook net even iets anders (en slimmer) in elkaar dan het lichaam van een mens, een hond, een aap, of een ander zoogdier. Bij katten bevat het bloedplasma natuurlijke antilichamen tegen een vreemde bloedgroep. Bij minder slimme lichamen, zoals bij de mens, worden die antilichamen pas gevormd wanneer bij bepaalde, elkaar niet verdragende bloedgroepen, het eerste contact heeft plaatsgevonden. 

Wat gebeurt er nu precies als twee verschillende bloedgroepen met elkaar gekruist worden?

In het bloed zitten antilichamen tegen de andere, niet aan het lichaam bekende bloedgroep. In de Verenigde Staten is in 1986 een onderzoek gedaan, waarbij bij meer dan 10.000 raskatten de bloedgroep is bepaald. Volgens dit onderzoek (Robert H. Winn-Stichting) waren er op dat moment al 5-20% van de onderzochte Noorse Boskatten in het bezit van bloedgroep B. Ik vraag me af hoeveel er op dit moment zijn...

Volgens een ander onderzoek (Auer en Bell, Australië) heeft 35% van de A-katten anti
B-lichamen, en 95% van de B-katten heeft anti A-lichamen. Via het colostrum, de eerste moedermelk, worden de antilichamen van de moeder, overgebracht naar de bloedsomloop van het pasgeboren kittentje. De antilichamen gaan direct de strijd aan met de voor hen onbekende bloedgroep. Aan bovenstaande percentages zie je dat je vooral bij B-moeders, gecombineerd met A-vaders, het gevaar loopt om fading kittens te krijgen. 

Om in die hele bloedgroepentoestand en de vererving ervan wat meer inzicht te krijgen, helpt misschien het volgende schema. Laten we eens gaan kijken wat het resultaat is van kruisingen van katten met verschillende bloedgroepen. 

 

 

Kater

A

A

 

 

kater

A

B

 

 

Kater

B

B

Poes

 

 

 

 

poes

 

 

 

 

poes

 

 

 

A

 

A/A

A/A

 

A

 

A/A

A/B

 

A

 

A/B

A/B

A

 

A/A

A/A

 

A

 

A/A

A/B

 

A

 

A/B

A/B

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kater

A

A

 

 

kater

A

B

 

 

Kater

B

B

Poes

 

 

 

 

poes

 

 

 

 

poes

 

 

 

A

 

A/A

A/A

 

A

 

A/A

A/B

 

A

 

A/B

A/B

B

 

A/B

A/B

 

B

 

A/B

B/B

 

B

 

B/B

B/B

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kater

A

A

 

 

kater

A

B

 

 

Kater

B

B

Poes

 

 

 

 

poes

 

 

 

 

poes

 

 

 

B

 

A/B

A/B

 

B

 

A/B

B/B

 

B

 

B/B

B/B

B

 

A/B

A/B

 

B

 

A/B

B/B

 

B

 

B/B

B/B

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OK. We weten nu dat we veel risico lopen als onze B-poes A-kittens krijgt. Maar hoe kunnen we nu zien dat we risico kittens hebben, en wat doen we eraan? 

Kenmerken van FNI zijn rood- of roodbruin gekleurde urine, zwakte, geelzucht, geen zin om te drinken. Bewijs is uiteraard alleen te verkrijgen door bloedserologisch onderzoek van de beide ouders. Bloed van een kitten is natuurlijk niet zo gemakkelijk af te nemen, want het kitten heeft nog niet zoveel bloed. Een tip: de placenta! Hierin zit wellicht voldoende bloed om de bloedgroep te kunnen bepalen. 

Wat kunnen we doen om het leven van een FNI-kitten te redden?

Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Bij de kittens van een B-poes en een A-kater weten we al zeker dat we de verkeerde combinatie hebben gedaan, en dat de kittens hoogstwaarschijnlijk te maken zullen krijgen met bloedgroepen onverdraagzaamheid. We moeten dus zorgen dat het kitten gedurende de eerste 48 tot 72 uur niet bij moeder drinkt, en dus geen colostrum binnen krijgt. Dat wordt dus voeden! Een nadeel is wel weer, dat in de colostrum veel belangrijke antistoffen zitten, die het kitten juist weer wel nodig heeft. Gelukkig hebben we tegenwoordig kunstmatige colostrum, zodat we ook hier een oplossing voor hebben. 

En hoe gaan we nu verder.....

Het is niet de oplossing om alle B-katten uit de fok te halen. Ook andersom, het uit de fok halen van alle A-katten, lost niets op. Het hebben van een bepaalde bloedgroep is geen ziekte! Het is een bepaalde genetische aanleg, net zoals het wel- of niet dragen van het agoutigen, het verdunnings-gen, of wat dan ook maar. Het enige probleem is het COMBINEREN van twee verschillende bloedgroepen. 

Een goede oplossing zou zijn om de bloedgroep van katten te onderzoeken, voordat ze in de fok gebruikt worden. We kunnen dan op deze manier bepalen welke combinaties we beslist NIET moeten doen. Natuurlijk hebben we dan nog steeds geen 100% zekerheid, omdat een kat met bloedgroep A immers bloedgroep B kan vererven. Maar door de bloedgroep van onze katten te bepalen, kunnen we voorkomen dat een B-poes gecombineerd wordt met een A-kater, en daardoor fading kittens krijgt.

Bloedgroepbepaling is niet duur. Als u eindelijk uw dierenarts van het nut ervan overtuigd hebt, voldoet een simpel buisje met bloed, dat voor de bloedgroepbepaling opgestuurd moet worden naar het laboratorium. Een simpele test, die veel leed kan voorkomen. 

Nawoord:

Natuurlijk heb ik dit artikel niet geheel zelf verzonnen. Veel onderzoek is al gedaan door fokkers van andere rassen. Rassen, waar het bloedonderzoek bij fokdieren een normale handeling is. Rassen, waar in alle openheid gesproken wordt over de bloedgroep van bekende dieren, en waar alle fokkers SAMEN zoeken naar de geschikte combinaties. Dat zouden we meer moeten doen. 

Bronnen:

The Cornell Book of Cats, Cornell Feline Health Center, Cornell University, USA

Diverse internet-sites op medisch veterinair gebied.